Leden:



Wachtwoord vergeten?
Registreren
Actueel:
 
 
In de krant: Myjer is één brok dynamiet!
Door ARNO GELDER

AMSTERDAM - Hij is na Herman van Veen de jongste cabaretier die het podium van het Amsterdamse Carré gaat bespelen.

Het publiek krijgt van Jochem Myjer 'het hele pakket'.
Toen hij 19 was, werd Theater Pepijn in Den Haag zijn eerste theatertje. ,,Dat was een jongensdroom,” vertelt Jochem Myjer. ,,Als scholier fantaseerde ik daar ooit te mogen staan.”

Maar Paul van Vliets kraamkamer van jong cabarettalent bleek al snel te klein voor Jochem Myjer. ,,Het werd vervolgens Bellevue in Amsterdam. Toen ik daarna in de Kleine Komedie optrad, dacht ik: Dít is de hemel, hoger kun je niet reiken. En dan nu Carré, dat prachtige theater waar ik vroeger met m’n ouders het Kerstcircus bezocht. Het is niet te bevatten.”

Lachend: ,,Nou ja, op naar de Kuip dan maar…”

De populariteit van Jochem Myjer is de afgelopen drie jaar in hetzelfde moordende tempo gestegen als waarin hij zijn voorstellingen pleegt te spelen. Zijn shows Adéhadé (‘Alle dagen heel druk’) en Yee-Haa!, titels die de gemoedstoestand van de overactieve Leidenaar treffend typeren, mochten op dolenthousiaste zalen en juichende kritieken rekenen.

Jochem Myjer is hot, vet, cool en wreed tegelijk - zoveel is duidelijk. Een komediant met muzikaal gevoel (viool en piano), een lichaam dat nooit in rust is en een fijn oog en oor voor de absurde wereld waarin hij leeft.

Op zeven fansites discussieert zijn aanhang dagelijks over het fenomeen, dat met Bert Visscher tot de opgevoerde turbo’s van de vaderlandse kleinkunst wordt gerekend.

Over Bert Visscher gesproken... Ooit traden Myjer en Visscher, in het dagelijks leven goed bevriend, samen op als verrassingsact op het Groninger Cabaret Festival. Het moet zoiets zijn geweest als twee op hol geslagen mixers in één beslagkom.

Jochem Myjer: ,,Dat was inderdaad meer dan een mens kan verdragen. Het ging maar om tien minuten, maar de zaal én wij waren compleet gevloerd. Ik pepte het publiek op, terwijl Bert er voortdurend tussendoor rende als hoer of in konijnenpak. En wij geen seconde die kaken op elkaar, hè. ‘Oh, wat zijn we lekker druk, druk, druk...’ Dat werk. Oh ja, hij gooide uit de coulissen ook nog een hockeystick tegen m’n hoofd.”

Overigens: voor de ware fan staat die dolle dialoog als extra op de dvd van Yee-Haa!, die in januari verschijnt.

Jochem Myjer heeft leren leven met zijn aangeboren overactiviteit. Sterker: zijn ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) is het fundament van een tot nog toe buitengewoon succesrijke carrière.

,,Ik aan de Ritalin? Nooit! Dat impulsieve wil ik voor geen goud missen. Ik ben zo’n ADHD’er die de afwas onder de douche doet, nooit op een klok kijkt en z’n boxershorts altijd kwijtraakt. Soms ben ik wel een beetje moe aan het einde van de dag, maar kennelijk heb ik een extra batterij in m’n billen. Laten we zeggen: een wat grotere accu dan anderen.”

Wie de cabaretier voor de voorstelling gadeslaat, ziet inderdaad één brok dynamiet in de kleedkamer. Hij schreeuwt zichzelf moed in, brengt om de minuut een hoge gil uit en beent onrustig door de gang. Alleen tijdens een potje Playstation-voetbal met zijn technici Sjoerd en Martijn (‘Dat is een ritueel’) valt Myjer even stil, om vervolgens een gecomputeriseerd doelpunt hartstochtelijk te bejubelen.

Vlak voor de voorstelling werpt hij nog een blik in zijn koffertje vol parfum en deodorant (‘Mijn lokstofjes’), schone onderbroeken en sprays, die de stem op peil moeten houden.

Aan het einde van de voorstelling is het niet anders. Myjer belooft zijn fans dat hij binnen twee minuten aan de bar in het theater staat. Op de seconde af houdt hij woord. Vervolgens gaat hij, druk pratend, grappend en gebarend met zijn publiek op de foto en deelt hij driftig handtekeningen uit.

,,Je krijgt,” zegt hij, ,,bij mij het hele pakket. Mensen doen vaak grote moeite een kaartje te bemachtigen. Het minste dat ik kan doen is een harstikke goede voorstelling spelen en na afloop m’n gezicht laten zien.

Ik ben niet het type dat zegt: Ik sta op een verhoging, jullie zitten daar en tot de volgende keer. Ik verzamelde ook handtekeningen van vermaarde violisten. Mijn ouders namen me vaak mee naar klassieke concerten, zelf speelde ik al viool. Ik heb de krabbels van Jaap van Zweden, Theo Olof en Emmy Verhey. Hoe? Ik klopte gewoon aan en liep de kleedkamer binnen. ‘Hallo ik ben Jochem, mag ik uw handtekening’. Werkte altijd.”

Met zijn overactiviteit en vooral de wijze waarop Myjer met zijn ADHD omgaat, vormt hij een heus rolmodel voor jongeren met dezelfde aandoening. ,,Ik krijg aandoenlijke mailtjes van jongens, die het cool vinden om ADHD te hebben. ‘Hé Jochem, nou zie ik dat ik niet de enige ben die altijd zo druk is’.’’

Een blik op zijn website leert dat Jochem Myjer op handen wordt gedragen. ‘Je bent de beste cabaretier van Nederland. Nee, nóg beter,’ schrijft een fan. Een ander laat weten: ‘Ik heb epilepsie en uit voorzorg maar een valiumpilletje genomen om vannacht geen aanval te krijgen’.

Jochem Myjer: ,,Ik heb leuk en trouw publiek dat, net als ik, dol is op lol trappen. Er zitten altijd veel jongeren in de zaal. Op het podium gebeurt voldoende om een kind niet in slaap te laten vallen.

Ik beschouw mijzelf puur als komiek. Ik wil vrolijkheid, iets positiefs uitstralen, en dat in een moordend tempo. Mensen moeten naar adem snakken. Ik wil dat iedereen een ab-so-lu-te topavond heeft en blij naar huis gaat. Dat klinkt misschien ouderwets, maar zo maak ík cabaret. Mensen bij mij in de zaal zullen na afloop niet tegen elkaar zeggen: ‘Mooi hè, wat-ie over Afghanistan zei’.’’

Met een vies gezicht: ,,Nee, de ‘kenners’ vinden het niks. Die vinden dat kleinkunst moet schokken, vernieuwen, ontroeren.

Dat zal wel, maar niet bij mij. Ik ben niet van het metaforen-cabaret. Het over een geit hebben, terwijl de zaal moet gissen dat het om een zwaan gaat. Pffffff... Daarom val ik nooit in de prijzen, net als Bert Visscher en bijvoorbeeld de Ashton Brothers, hoe geniaal die ook zijn. Ik hoor niet bij de Amsterdamse grachtengordelaars, het ‘Smoeshaan-cultuurtje’.

Ik weet dat er bij de laatste voordrachten voor de VSCD-prijzen, de cabaretonderscheidingen in Nederland, een programma zat waarbij per voorstelling gemiddeld veertig mensen wegliepen. Bij wie? Dat vertel ik niet, dat zoek je zelf maar uit. Ik vind het slecht als publiek opstapt, dan maak je kennelijk een beroerde show. Maar in die kringen heet zoiets natuurlijk baanbrekend.”

Het is bij Jochem Myjer geen afgunst. Zijn zalen zitten bomvol, zijn dvd’s verkopen als een trein ‘en zo af en toe doe ik eens lekker wat op tv’. ,,Kinderen voor Kinderen, ergens in een praatprogramma aanschuiven.’’

Miljoenen keken er naar Adéhadé bij de VARA - je hoort hem niet klagen. ,,Maar van die hoofdstedelijke kunstcoterie heb ik m’n buik vol. Ik verwerk niet alle brandhaarden op deze aardbol in mijn voorstelling. Ik amuseer. Mag dat?”

Na de voorstellingen in Carré zet Myjer er voorlopig een punt achter. Met een vriend reist hij af naar Australië om zes weken ‘het brein te resetten’.

Medio volgend jaar moet zijn derde show, die de prikkelende titel De rust zelve draagt, in de steigers staan. ,,Er staat nog geen letter op papier, maar ik ben compleet volgeboekt. Dat benauwt en beangstigt me wel. Van kritiek raak ik soms helemaal van slag. Ik ben een perfectionist, stort me er helemaal op. Als iemand dan meldt dat hij iets wat minder vond, zit ik stuk. Ja, gek hè? Met mijn eerste programma was het alsof ADO Den Haag van Ajax won - verrassend, maar misschien wel eenmalig. Nu moet ik in het linkerrijtje eindigen. Ik kan me niet permitteren van RKC te verliezen.”
:: Meer info
Door:
Robbert - CabaretMagazine

Gepubliceerd op:
03-12-06 - 14:48

Bron: Algemeen Dagblad.


:: Eerder verschenen:
Alle rechten voorbehouden: © Copyrights Cabaretmagazine.nl 2003 - 2018
Disclaimer - Twitter - Facebook - Contact
customer service software technical support
Live Chat by Comm100